Voorwaarden Rulingdienst omtrent verhuur vakantieverblijf met btw
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw waardoor de verhuurder geen btw kan recupereren op o.m. oprichtingskosten of kosten van onderhoud aan het betreffende onroerend goed.
-
Afbraak en heropbouw - formulieren
-
Interesten op uw spaarboekje tot € 1.020 niet belast voor aanslagjaren 2025-2030
In België is de interest op een gereglementeerde spaarrekening tot € 1.020 (inkomstenjaren 2024-2029) per belastingplichtige vrijgesteld van roerende voorheffing (rv).
-
In 2026 als bedrijfsleider iets meer huur vragen aan uw vennootschap
Verhuurt u als bedrijfsleider een gebouw aan uw eigen vennootschap dan worden de ontvangen huurgelden die onder een bepaalde grens blijven bij u privé belast als onroerend inkomen. De huur die boven die grens gaat, wordt bij u belast als bedrijfsleidersbezoldiging (beroepsinkomen).
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw waardoor de verhuurder geen btw kan recupereren op o.m. oprichtingskosten of kosten van onderhoud aan het betreffende onroerend goed. Een uitzondering op de regel is het verschaffen van hoteldiensten. Concreet, het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en soortgelijke inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak verleend wordt, is niet vrijgesteld van btw met gevolg dat er wel een recht op btw-aftrek is voor de dienstverlener/hoteluitbater.
De discussie is altijd geweest hoe het onderscheid tussen een loutere verhuur en het verschaffen van hoteldiensten moet gemaakt worden. Van dat laatste kan volgens de Btw-Administratie maar sprake zijn als er sprake is van een dienstenpakket, nl. niet enkel de aanwezigheid van een onthaalservice gedurende een groot gedeelte van de dag is van belang, maar daarnaast moet ook een van de volgende diensten aangeboden worden, zijnde regelmatig onderhoud en schoonmaak tijdens het verblijf, het verschaffen en verversen van huishoudlinnen tijdens het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt.
Onlangs heeft de Rulingdienst nog een uitspraak gedaan dat aanleunt bij de visie van de Btw-Administratie. De Rulingdienst stelt nl. dat er sprake moet zijn van een dienstenpakket dat tegen een enige forfaitaire prijs aangeboden om te kunnen spreken van een btw-belastbare hoteldienst (voorafg. besl. nr. 2020.1657, 18.08.2020). De Rulingdienst stelt in casu concreet dat een schoonmaak voor en na het verblijf van maximaal zeven dagen volstaat om van een hoteldienst te kunnen spreken. Het huishoudlinnen mag om de vier dagen vervangen worden. Als een quasi permanente bereikbaarheid gerealiseerd kan worden door middel van een digitale en telefonische receptie, dan volstaat ook voor de Rulingdienst.