Uw zoon/dochter inschakelen als jobstudent in uw zaak tijdens de drukke zomerperiode
Heeft uw zoon of dochter de leeftijd van 15 jaar bereikt, dan kan hij of zij als jobstudent aan de slag in uw onderneming.
Een studentenjob is bovendien financieel interessant. Zolang uw kind binnen de grens van 650 studentenuren per jaar blijft, moet u in principe geen bedrijfsvoorheffing inhouden op het loon. Uw kind betaalt doorgaans ook geen personenbelasting zolang de belastbare inkomsten onder de belastingvrije som blijven. Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt die belastingvrije som € 11.180.
Ook op het vlak van sociale bijdragen geniet een jobstudent van een gunstig statuut zolang hij binnen de grens van 650 uur per kalenderjaar blijft. Op het loon houdt u slechts 2,71% werknemersbijdragen in, terwijl u als werkgever slechts 5,42% RSZ verschuldigd bent. Ter vergelijking: voor gewone werknemers bedragen deze percentages respectievelijk 13,07% en ongeveer 25%.
Daarnaast behoudt uw kind in principe het recht op het Groeipakket of de kinderbijslag. De exacte voorwaarden verschillen naargelang de leeftijd van het kind en de regio waarin u woont:
- Kind jonger dan 18 jaar: u behoudt de kinderbijslag ongeacht het aantal gewerkte uren en dit t.e.m.
- Vlaanderen: de maand waarin uw kind 18 jaar wordt;
- Wallonië en Brussel: tot 31 augustus van dat jaar.
- Kind vanaf 18 jaar:
- Vlaanderen en Wallonië: uw kind mag nog maximaal 650 uur per kalenderjaar werken. Indien uw kind toch meer zou werken, dan geldt er een bijkomende grens van maximaal 80 uur per maand (Vlaanderen) of 240 uur per kwartaal (Wallonië);
- Brussel: uw kind mag maximaal 240 uur per kwartaal werken, tijdens het derde kwartaal (de zomervakantie) geldt er zelfs geen beperking.
Let wel op als uw kind als student in uw eenmanszaak werkt en u het loon van uw kind aftrekt als bedrijfskost. Hij/zij is dan in elk geval niet meer fiscaal ten laste voor u in uw aangifte personenbelasting.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?