Verlaagd vennootschapstarief: minimumloon niet evenredig verlagen bij een verkort boekjaar
Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd belastingtarief van 20% (in plaats van 25%) op de eerste € 100.000 winst. Een belangrijke voorwaarde is dat minstens één bedrijfsleider een minimumloon ontvangt van € 50.000 (in principe vanaf boekjaar 2026).
Ook wanneer een vennootschap een verkort boekjaar heeft, met andere woorden een boekjaar van minder dan 12 maanden, blijft die loonvoorwaarde ongewijzigd. Het vereiste minimumloon van € 50.000 mag dus niet worden verminderd in verhouding tot de duur van het boekjaar.
Heeft een boekjaar bijvoorbeeld slechts zeven maanden geduurd, dan volstaat een loon van € 29.167 niet. Om het verlaagde tarief te behouden, moet in principe nog altijd een bezoldiging van € 50.000 worden toegekend aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijk persoon.
Er geldt wel een uitzondering wanneer de belastbare basis lager ligt dan € 50.000. In dat geval volstaat een loon dat gelijk is aan die belastbare basis.
Startende vennootschappen krijgen bovendien wat extra tijd: de loonvoorwaarde is namelijk pas van toepassing vanaf het vijfde boekjaar na de oprichting. De eerste vier boekjaren kan een vennootschap dus genieten van het verlaagde tarief zonder te voldoen aan deze voorwaarde.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?