Kinderoppas in kosten van vennootschap: privé belast op voordeel alle aard
In principe zijn kosten voor een kinderoppas aftrekbaar voor een vennootschap op basis van de zgn. bezoldigingstheorie, zo u m.a.w. kan aantonen dat uw vennootschap die kosten maakt in ruil voor de prestaties die u als bedrijfsleider voor uw vennootschap maakt (Cass. 14.10.2016).
-
Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
-
Neerleggingskost jaarrekening stijgt in 2026 voor vennootschappen met 2%
Het tarief voor het neerleggen van de jaarrekening hangt af van de manier waarop de jaarrekening ingediend wordt (XBRL of PDF) en het model van de jaarrekening (volledig, klein of micro).
-
Voordeel gratis woning, verwarming en elektriciteit stijgen met 2,4% in 2026
Als u gratis in het pand van uw vennootschap woont dan wordt u als bedrijfsleider privé belast op een voordeel gratis woning. Dit kan soms nog verhoogd worden met een voordeel verwarming en elektriciteit, als uw vennootschap die ook betaalt.
Voor de gratis ter beschikking stelling van de kinderoppas zal een bedrijfsleider privé belast worden op een voordeel alle aard (VAA). Vermits een kinderoppas - net als een au pair of een persoon die kookt, opruimt en op de kinderen past – als huispersoneel kan beschouwd worden (parl. vr. nr. 1829, De Roover, 03.01.2024), mag gebruikt gemaakt van het forfait van huispersoneel dat wordt gewaardeerd op € 5.950 per jaar per voltijds tewerkgestelde persoon.
Het moet dan wel gaan om een ‘continu’ beschikking over iemand die tewerkgesteld is door de vennootschap. De Rulingdienst aanvaardt dat in geval van een deeltijdse tewerkstelling het VAA pro rata verminderd wordt, waarbij een voltijdse tewerkstelling geacht wordt 1.672 werkuren per jaar in te houden (voorafg. besl. nr. 2020.1336, 30.06.2020).
Voor specifieke, eenmalige of occasionele diensten moet het VAA geraamd worden op basis van de werkelijke waarde bij de verkrijger (parl. vr. nr. 308, Scourneau, 16.03.2021).