In 2026 als bedrijfsleider iets meer huur vragen aan uw vennootschap
Verhuurt u als bedrijfsleider een gebouw aan uw eigen vennootschap dan worden de ontvangen huurgelden die onder een bepaalde grens blijven bij u privé belast als onroerend inkomen. De huur die boven die grens gaat, wordt bij u belast als bedrijfsleidersbezoldiging (beroepsinkomen).
-
RSZ
-
Interesten op uw spaarboekje tot € 1.020 niet belast voor aanslagjaren 2025-2030
In België is de interest op een gereglementeerde spaarrekening tot € 1.020 (inkomstenjaren 2024-2029) per belastingplichtige vrijgesteld van roerende voorheffing (rv).
-
Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
Die grens wordt bepaald op basis van het niet‑geïndexeerde kadastraal inkomen (KI) van het gebouw: niet‑geïndexeerd KI × 5/3 × revalorisatiecoëfficiënt. Blijft u met de door uw vennootschap betaalde huur onder dit bedrag, dan wordt alles bij u beschouwd als onroerend inkomen. Overschrijdt u deze grens, dan wordt het gedeelte boven die grens geherkwalificeerd naar een zwaarder belast beroepsinkomen.
De revalorisatiecoëfficiënt is dus essentieel om te berekenen hoeveel fiscaal interessante huur u aan uw vennootschap kunt vragen. Voor inkomstenjaar 2026 werd deze coëfficiënt verhoogd van 5,63 naar 5,75, wat neerkomt op een stijging van 2,1% t.o.v. 2025.Voor 2026 bedraagt het grensbedrag: niet‑geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) × 5/3 × 5,75.
Herkwalificatie van onroerend inkomen naar beroepsinkomen vindt m.a.w. plaats zodra het huurinkomen hoger is dan 9,58 keer het (ongeïndexeerde) kadastraal inkomen (want 5,75 x 5/3 is 9,58) in plaats van 9,38 voor 2025.