Hoeveel mag uw kind bijverdienen als jobstudent in 2024?
Om fiscaal ten laste te zijn, mag uw kind in 2024 niet meer dan € 7.290 aan zgn. nettobestaansmiddelen ontvangen.
-
Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
-
Neerleggingskost jaarrekening stijgt in 2026 voor vennootschappen met 2%
Het tarief voor het neerleggen van de jaarrekening hangt af van de manier waarop de jaarrekening ingediend wordt (XBRL of PDF) en het model van de jaarrekening (volledig, klein of micro).
-
Voordeel gratis woning, verwarming en elektriciteit stijgen met 2,4% in 2026
Als u gratis in het pand van uw vennootschap woont dan wordt u als bedrijfsleider privé belast op een voordeel gratis woning. Dit kan soms nog verhoogd worden met een voordeel verwarming en elektriciteit, als uw vennootschap die ook betaalt.
Die maximumgrens dekt alle inkomsten van uw kind, dus beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten én onderhoudsuitkeringen.
Sommige inkomsten zijn echter vrijgesteld. Zo tellen vooreerst bij de vaststelling van de nettobestaansmiddelen de inkomsten uit een studentenjob tot € 3.310 niet mee. De inkomsten uit studentenarbeid boven de € 3.310 komen voor 80% in aanmerking (20%, met een minimum van € 550, zijn forfaitaire kosten). Ook onderhoudsuitkeringen tot € 3.980 tellen niet mee als nettobestaansmiddelen van uw kind. Het gedeelte boven die grens telt voor 80% mee als een bestaansmiddel (ook hier is er een kostenforfait van in principe 20%).
We verduidelijken met een voorbeeld. De bruto belastbare inkomsten (na aftrek RSZ) mag verminderd worden met het vrijgestelde inkomen van € 3.310 en met 20%, want de fiscus houdt bij de berekening ‘kind ten laste’ automatisch rekening met een forfaitaire beroepskost van 20% (met een minimum van € 550 in 2024). Dus omgezet in nettobestaansmiddelen gaat het om € 12.422,50 bruto belastbaar (dus na aftrek RSZ) – € 3.310 (vrijstelling jobstudent) = € 9.112,50 (– 20% is € 1.822,50 met minstens € 550) = € 7.290 nettobestaansmiddelen.