“Enige eigen woning” bij afbraak en heropbouw wordt individueel beoordeeld
Sinds 1 juli 2025 is de manier waarop wordt gekeken naar de voorwaarde “enige eigen woning” veranderd. Dit is één van de voorwaarden om te kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6% bij afbraak en heropbouw.
Voor 1 juli 2025 mochten gehuwden en wettelijk samenwonenden geen van beiden een andere woning hebben om te kunnen genieten van het gunsttarief. Sinds 1 juli 2025 gebeurt de beoordeling van de "enige eigen woning" voor elke partner afzonderlijk.
Heeft slechts één partner nog een andere woning, dan kan de andere partner toch het voordeel van 6% btw krijgen, maar enkel voor zijn of haar eigen deel van het project. Het aandeel van de partner met een tweede woning wordt belast aan het gewone tarief van 21%.
Belangrijk is dat deze nieuwe aanpak niet alleen geldt voor toekomstige projecten. Ook wie voor 1 juli 2025 al gestart was met bouwen of kopen van een heropgerichte woning, kan mogelijk profiteren van deze versoepeling, zolang de woning op 1 juli 2025 nog niet in gebruik is genomen. In dat geval mogen reeds uitgereikte facturen voor het deel van de partner die aan de voorwaarde voldoet, alsnog aan 6% btw onderworpen worden.
Voor feitelijk samenwonenden verandert er niets: voor hen werd de voorwaarde “enige eigen woning” altijd al individueel beoordeeld.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?