Cassatie doet uitspraak over 6% btw renovatievoorwaarde
Werken in onroerende staat aan een pand van minstens 10 jaar oud kunnen onder het 6% btw-tarief vallen voor zover aan alle voorwaarden ter zake voldaan is.
-
Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
-
Neerleggingskost jaarrekening stijgt in 2026 voor vennootschappen met 2%
Het tarief voor het neerleggen van de jaarrekening hangt af van de manier waarop de jaarrekening ingediend wordt (XBRL of PDF) en het model van de jaarrekening (volledig, klein of micro).
-
Voordeel gratis woning, verwarming en elektriciteit stijgen met 2,4% in 2026
Als u gratis in het pand van uw vennootschap woont dan wordt u als bedrijfsleider privé belast op een voordeel gratis woning. Dit kan soms nog verhoogd worden met een voordeel verwarming en elektriciteit, als uw vennootschap die ook betaalt.
Werken in onroerende staat aan een pand van minstens 10 jaar oud kunnen onder het 6% btw-tarief vallen voor zover aan alle voorwaarden ter zake voldaan is. Die werken moeten dan de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud van een woning beogen. Het is niet vereist dat het pand reeds een privéwoning was voordat de werken van start gaan. Het volstaat dat het als privéwoning wordt aangewend nadat de werken zijn afgerond.
Voor de 6% btw is wel vereist dat het om renovatiewerken gaat en dus niet om een zgn. vernieuwbouw. Vaak bestaat er discussie hoe de grens tussen die twee moet getrokken worden, maar cassatie heeft zich daarover op 25 juni 2020 uitgesproken. Er is sprake van een renovatie als de uitgevoerde werken op relevante wijze steunen op de reeds bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren en, meer in het algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het bestaande gebouw. Dat is het enige criterium dat volgens het Hof van belang is. De kostprijs van de werken geeft dus geen uitsluitsel wat dat betreft, aldus cassatie.