Arbeidsongeschiktheid als zelfstandige: zo wordt uw uitkering belast
Wordt u als zelfstandige ziek of arbeidsongeschikt voor meer dan zeven dagen, dan kunt u via uw ziekenfonds een uitkering krijgen. Er zijn wel een aantal voorwaarden zoals dat uw sociale bijdragen betaald zijn, u tijdig een attest indient bij uw mutualiteit en u persoonlijk uw werk volledig hebt stopgezet (anderen mogen uw zaak wel openhouden).
-
Neerleggingskost jaarrekening stijgt in 2026 voor vennootschappen met 2%
Het tarief voor het neerleggen van de jaarrekening hangt af van de manier waarop de jaarrekening ingediend wordt (XBRL of PDF) en het model van de jaarrekening (volledig, klein of micro).
-
Voordeel gratis woning, verwarming en elektriciteit stijgen met 2,4% in 2026
Als u gratis in het pand van uw vennootschap woont dan wordt u als bedrijfsleider privé belast op een voordeel gratis woning. Dit kan soms nog verhoogd worden met een voordeel verwarming en elektriciteit, als uw vennootschap die ook betaalt.
-
Lenen aan uw vennootschap in 2026: daling maximale interestvoet naar 6,00%
Zit uw vennootschap krap bij kas, dan kunt u overwegen om zelf geld te lenen aan uw vennootschap.
De arbeidsongeschiktheidsuitkering is geen belastingvrij inkomen. Op het moment dat u de uitkering ontvangt, houdt uw ziekenfonds 11,11% bedrijfsvoorheffing in. Dit lijkt beperkt, maar het is slechts een voorschot op uw uiteindelijke belasting. Bij uw belastingaangifte wordt uw uitkering samengeteld met uw andere inkomsten en belast volgens de gewone, progressieve tarieven van de personenbelasting.
Dat betekent dat het werkelijke belastingpercentage op uw uitkering vaak hoger zal uitvallen dan de voorheffing. U moet dus rekening houden met een mogelijke bijbetaling bij de belastingafrekening (via uw aanslagbiljet), zeker als u naast uw uitkering nog andere inkomsten had dat jaar.
Krijgt u alleen een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan heeft u recht op een belastingvermindering (bedrag dat bij de berekening van uw personenbelastingen door de Belastingen zal worden afgetrokken van de uiteindelijk te betalen belasting) die voor inkomstenjaar 2025 maximaal € 2.977,93 bedraagt. Heeft u naast de uitkering nog andere beroepsinkomsten, dan wordt deze vermindering wel beperkt in functie van uw totale netto-inkomen (art. 147 WIB).