Wet tot hervorming personenbelasting: minimumbezoldiging verlaagd tarief vennootschapsbelasting wordt opgetrokken van € 45.00 naar € 50.000
In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Een van de maatregelen is de verhoging van de minimumbezoldiging die een bedrijfsleider moet ontvangen om als vennootschap het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te kunnen toepassen. Dat verlaagde tarief bedraagt 20% op de eerste € 100.000 winst, in plaats van 25%.
Om van dat verlaagde tarief te kunnen genieten, moet een vennootschap aan minstens één bedrijfsleider een minimumbezoldiging toekennen. Tot en met inkomstenjaar 2025 bedroeg dit minstens € 45.000, tenzij het belastbaar inkomen van de vennootschap lager was dan € 45.000, dan volstond een bezoldiging die gelijk is aan dat belastbaar inkomen.
Sinds inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) is deze minimumbezoldiging nu opgetrokken tot € 50.000. Dat bedrag zal bovendien jaarlijks geïndexeerd worden.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?