Vermindering Vlaamse onroerende voorheffing: sinds 2023 € 8 per gezinsbijslaggerechtigd kind
In Vlaanderen geldt een vermindering op de onroerende voorheffing voor de gezinswoning wanneer die op 1 januari van het betrokken aanslagjaar bewoond wordt door een gezin met minstens 2 gezinsbijslaggerechtigde kinderen die in de woning hun woonplaats hebben.
-
RSZ
-
Interesten op uw spaarboekje tot € 1.020 niet belast voor aanslagjaren 2025-2030
In België is de interest op een gereglementeerde spaarrekening tot € 1.020 (inkomstenjaren 2024-2029) per belastingplichtige vrijgesteld van roerende voorheffing (rv).
-
In 2026 als bedrijfsleider iets meer huur vragen aan uw vennootschap
Verhuurt u als bedrijfsleider een gebouw aan uw eigen vennootschap dan worden de ontvangen huurgelden die onder een bepaalde grens blijven bij u privé belast als onroerend inkomen. De huur die boven die grens gaat, wordt bij u belast als bedrijfsleidersbezoldiging (beroepsinkomen).
In Vlaanderen geldt een vermindering op de onroerende voorheffing voor de gezinswoning wanneer die op 1 januari van het betrokken aanslagjaar bewoond wordt door een gezin met minstens 2 gezinsbijslaggerechtigde kinderen die in de woning hun woonplaats hebben.
De vermindering wordt automatisch toegekend, maar die vermindering wordt, in tegenstelling tot de vorige jaren, niet meer verhoogd naargelang er meer kinderen zijn (in 2022: € 13,54 voor twee kinderen, € 21,44 voor 3 kinderen, enz.). Sinds 2023 bedraagt de vermindering nl. € 8 per kind die verhoogd wordt met de opcentiemen voor de provincie en de gemeenten. Nemen we bijvoorbeeld een gemeente waarvoor de provinciale opcentiemen 400 en de gemeentelijke 1000 bedragen. De totale vermindering bedraagt dan € 120, nl. € 8 basisvermindering + € 32 (€ 8 * 400/100) provinciale opcentiemen + € 80 (€ 8 * 1000/100) gemeentelijke opcentiemen).
Het bedrag van € 8 wordt weliswaar jaarlijks geïndexeerd, maar de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) laat weten dat die indexering pas zal worden toegepast vanaf 2024.