Uitkering liquidatiereserves: van dag tot dag rekenen
Op de uitkering van liquidatiereserves houdt een vennootschap maar 5% roerende voorheffing in als die uitkering pas na vijf jaar gebeurt.
-
RSZ
-
Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
-
Neerleggingskost jaarrekening stijgt in 2026 voor vennootschappen met 2%
Het tarief voor het neerleggen van de jaarrekening hangt af van de manier waarop de jaarrekening ingediend wordt (XBRL of PDF) en het model van de jaarrekening (volledig, klein of micro).
Die termijn van vijf jaar begint te lopen op de laatste dag van het boekjaar waarin de liquidatiereserve aangelegd is. Stel dat een vennootschap een liquidatiereserve aangelegd heeft voor een boekjaar dat afsloot op 31 maart 2019 en dat dan het boekjaar dat begon op 1 april 2020 verlengd werd tot 31 december 2021.
De vraag is dan wanneer in casu die termijn van vijf jaar dan voorbij is… vijf kalenderjaren na 31 maart 2019, dus op 31 maart 2024, of vijf boekjaren na 31 maart 2019 en dus pas op 31 december 2024?
De Rulingdienst heeft daarover gesteld dat het gaat om kalenderjaren. De termijn moet dus van dag tot dag gerekend worden, ook als na de aanleg van de liquidatiereserve de balansdatum gewijzigd wordt (voorafg. besl. nr. 2021.0429, 13.07.2021). In het aangehaalde voorbeeld verloopt de vijf jaar dus vanaf 31 maart 2024.