Belastingvrijstelling voor de bedrijfsfiets bij regelmatig gebruik voor woon-werkverkeer
Wie gratis een fiets van zijn vennootschap gebruikt voor privéverplaatsingen, wordt belast op een voordeel alle aard (VAA). Indien de fiets ook voor woon-werkverkeer gebruikt wordt, dan is dit voordeel meestal vrijgesteld van personenbelasting.
De vrijstelling geldt zodra de bedrijfsfiets regelmatig voor de woon-werkverplaatsingen wordt gebruikt door de werknemer of bedrijfsleider (art. 38, §1, lid 1, 14°, b WIB 92), zelfs als niet het volledige traject met de fiets wordt afgelegd bv. fietsen naar het treinstation. Met regelmatig gebruik wordt één dag per week bedoeld of minstens 10% van de woon-werkverplaatsingen. Het is niet nodig om de fiets uitsluitend voor het werk te gebruiken, ook privégebruik blijft vrijgesteld zolang aan deze voorwaarde is voldaan.
De keuze voor de aftrek van de werkelijke beroepskosten in de belastingaangifte personenbelasting leidt tot het verlies van het recht op de vrijstelling. Het voordeel van de bedrijfsfiets zal dan als beroepsinkomen progressief belast worden. Enkel wie kiest voor de forfaitaire beroepskosten, kan de vrijstelling aanvragen in de belastingaangifte personenbelasting.
Het VAA moet altijd op fiche 281.10 (werknemers) of 281.20 (bedrijfsleiders) worden vermeld, ook al is het vrijgesteld.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?